Mijn blog van de website van de Universiteitskrant van Groningen

Mijn blog van de website van de Universiteitskrant van Groningen

De kerstvakantie is voor Engelse studenten vier weken lang, en ik was de eerste daarvan met een aantal andere uitwisselingsstudenten een weekje naar Londen geweest. Daarna een weekje Nederland voor de kerstdagen, en oudjaar in Engeland (wat, zoals ik al zei, niet zoveel bijzonders was).
Na de kerstvakantie waren er dan nog maar twee weken over voordat het semester voorbij was, en mijn huur afliep. De eerste week verliep vrij normaal: het was leuk om iedereen weer terug te zien, en er moest nog gewerkt worden voor de laatste huiswerkopgaven. Gedurende de laatste week ga je je echter steeds meer realiseren dat je leventje hier er toch bijna op zit.

Nou, dit is dus het mooiste uitzicht van Bristol
Zelfs het laatste pak schuursponsjes of de nijpende kwestie of dat restje afwasmiddel voor de resterende twee dagen genoeg zal zijn, zijn al aanleidingen om aan het afscheid te denken. Het feit dat iedereen praat over wie wanneer weggaat en hoe raar dat toch eigenlijk wel niet is, maakt dit nog erger.
Maar eerst was er nog de afronding van de studie. Aangezien de tentames voor mijn vakken pas in april en mei waren, moest ik zelf iets met de professoren regelen. Bij de twee gemakkelijste van mijn drie vakken sloot ik een deal dat ik een cijfer zou krijgen op basis van mijn huiswerk.
Bij het derde vak ging dat helaas niet zo gemakkelijk. De professor voor Axiomatic Set Theory, een vrij pittig vak, gaf het voor het eerst, en toen ik met hem over de afronding van het vak wilde praten, had hij net het tentamen opgesteld. Dit hield in dat hij het hele college geestdriftig zat te vertellen over dat ie wel een paar leuke strikvraagjes had bedacht, en dat onderwerp zus en zo zeker terug zou komen.
Er was dan ook geen mogelijk om er onderuit te komen: ik moest (een aangepaste versie van) het tentamen maken voordat ik terugging. We spraken met Rebecca, de vrouw die in haar eentje het hele administratieve gedelte voor undergraduates regelt, af dat ik de dag voor mijn vlucht terug om 2 uur bij haar kamer zou langskomen, zodat zij mij het tentamen kon laten maken.
Maar. Toen ik daar aankwam, vermeldde een papiertje doodleuk dat ze de hele middag weg was: of bezoekers wel even om 4 uur of morgenochtend konden terugkomen. In de ijdele hoop dat ze in een vergadering was maar voor mij wel even zou terugkomen, bleef ik – vrij gestresst – bij haar kamer wachten, tot ik kennelijk medelijden opwekte en een erg aardige meneer mij hielp in te breken in haar kamer voor de tentamenopgaven, en een ruimte regelde voor het maken van het tentamen.
En zo kwam alles voor dat vak (hopelijk) goed. Voor de andere vakken heb ik alleen een mondelinge overeenkomst dat ik inderdaad op basis van het huiswerk een cijfer kan krijgen. De ervaring met e-mails naar de twee professoren is sowieso dat ze niet antwoorden. Als je ze er vervolgens naar vraagt, blijken ze de mail wel gelezen te hebben, maar het helaas te druk te hebben gehad om te antwoorden.Maar het feit dat het hele examinatiegebeuren ze maar matig interesseert, betekent ook hopelijk dat als ik er in maart nogeens achteraan bel, dat ze vast geen moeite hebben om te zeggen: “Oh ja, dat was ik vergeten, maar geef die jongen maar een 8..”
Sowieso is het vrij duidelijk wanneer je niet zo hoog op een Engels prioriteitenlijstje staat: sinds het tekenen van ons huurcontract heeft onze huisbaas één keer zijn telefoon opgenomen toen ik belde, en dat was om te zeggen dat ie later terug zou bellen (wat niet gebeurde). Maar toen ik een voicemail insprak over een hoge energierekening die we nog moesten betalen, belde hij wél binnen 5 minuten terug..
Maar afgezien daarvan (en zelfs dat was al niet zo erg), moet ik zeggen dat het Engelse volk mij erg bevalt. Mensen, vooral wat oudere mensen, zijn vaak erg sympathiek, en ik ben echt een groot fan van de Britse pubcultuur: dikke meisjes in kleine jurkjes en mannen die zich als botte horken gedragen: dat maakt mensen kijken pas écht interessant.
En natuurlijk de fancy dress-cultuur: in iedere grote kroeg is wel een groepje vrouwen van 35 te vinden, die zich als politie-agentes hebben gekleed, of studenten die met een pub crawl in het thema “bananenrepubliek” bezig zijn. En verder: Britten kunnen zich erg over dingen opwinden, maar ze zéuren in mijn ervaring tenminste niet zoals Nederlanders, en hebben veel meer een gezonde neiging tot zelfspot.
Maar goed, ik zal toegeven dat mijn ervaring met Engelsen beperkt is: ik heb de bekende neiging om vooral met mede-Erasmusstudenten om te gaan niet kunnen weerstaan. Het zijn dan ook vaak aardige mensen: de reden dat ze open staan voor andere culturen en dergelijke is natuurlijk (naast het feesten) ook precies waarom ze naar het buitenland gingen.

Duitsers nemen afscheid van Erasmus
Al met al, dan, kan ik een Erasmusuitwisseling, en in het bijzonder naar Engeland, van harte aanbevelen. Voor mijzelf was de ervaring dat je op een willekeurige plek veel nieuwe mensen kunt ontmoeten, en een prettig leven kunt opbouwen, zo vlak voor het onzekere leven na het afstuderen, in ieder geval erg prettig.
(Volgende aflevering: waarom je vantevoren flink moet sparen voor een Erasmus-uitwisseling naar Engeland..)
Dan toch maar iets over de kretietcrisis. Het zal in Nederland misschien niet veel anders zijn, maar de kredietcrisis is in Engeland momenteel obsessie nummer 1.
Een paar maanden geleden berichtten de kranten nog bij voorkeur over het (overmatige) alcoholgebruik van Engelsen, of over verschillende BBC-schandalen (de jury-uitslag van Strictly Come Dancing bleek “toevallig” zo uit te komen dat alle verstuurde SMS’jes niet uitmaakten voor de einduitslag; Jonathan Ross werd op non-actief gesteld na een beledigend telefoontje in een radioshow en zijn minder beroemde hulpje moest ontslag nemen).
Tegenwoordig is voor dat soort frivoliteiten weinig ruimte meer. Engelsen zijn sowieso goed in het gebruiken van grote woorden voor vrij weinig (het geweldige sportcentrum van de uni waarover ik in een glossy folder kon lezen, bleek bijvoorbeeld eigenlijk een vrij lullig gymzaaltje), en voor de kranten is het berichten over de rampzalige stand van de economie en de banken dan ook een kolfje naar hun hand.
Een voor mij minder prettig nieuwtje: experts zeggen dat mensen die in 2009 afstuderen, “het zwaarst moeten vechten voor een baan sinds decennia”…
Inderdaad grijpt de kredietcrisis in Engeland een stuk harder in dan in Nederland. Ook om je heen kijkend is de invloed te zien: Woolworths, een warenhuisketen die als echte Englse institutie bekend stond, is failliet gegaan en heeft in haar val een aantal multimediawinkels, die van Woolworths’ retailarm afhankelijk waren, meegesleurd.
En net zoals Wouter Bos in Nederland politicus van het jaar werd door onze economie te “redden” van een zekere ondergang, heeft de kredietcrisis in Engeland Gordon Brown geen windeieren gelegd: als ervaren roerganger van de natie wist hij zijn abominabele cijfers in de peilingen de afgelopen maanden flink op te krikken met een ambitieus reddingsplan.
De timing is ook vrij tragisch voor Cabot Circus, het nieuwe winkelcentrum in Bristol. In oktober werd het onthaald als een winkelcentrum van internationale allure, en die paar laatste lege winkelruimtes in het complex zouden wel snel volkomen. Natuurlijk gebeurt nu het tegenovergestelde, en achteraf moet men toch toegeven dat met een aardig winkelcentrum en een enorm winkelcomplex buiten de stad, een grote nieuwe winkelruimte wellicht wat overkill was.
Maar goed, zolang als student je centjes van de staat maar gewoon binnen blijven stromen, is er eigenlijk niet zoveel mis met die hele kredietcrisis. Door het dalende pond is mijn huur in euro in drie maanden omlaag gegaan van 317 naar 260, en het overgebleven geld valt bijvoorbeeld te besteden aan de “credit crunch lunch” die iedere zichzelf respecterende eetgelegenheid aanbiedt.
Of natuurlijk aan de nieuwe “pint for a pound” die de grote pubketen Wetherspoon nu overal aanbiedt. Dit komt ze wel op kritiek over het stimuleren van onverantwoord alcoholgebruik te staan, maar het enige wat ik weet is dat in de Wetherspoon waar ik was de dag dat de actie opende, de tap de hele dag werd “schoongemaakt”.. En de rij voor de Wetherspoon in het centrum afgelopen zaterdag maakt dat ik achteraf moet erkennen dat ik de UK verlaten heb zonder er 1 uit te proberen.
In een korte nieuwsflash verder nog: er is in “cycling city” Bristol alweer een fietser doodgereden. Voorts is oudjaar in Bristol niet echt de moeite waard: behalve die drie lullige vuurpijltjes zijn natuurlijk alle kroegen open en veelal bomvol, maar een (overigens best gezellig, hoor) avondje lekker zuipen kan ook prima bij ietsjes hogere temperaturen.
Én de lokale trots, Bristol City, heeft in de F.A. cup (het Engelse bekertoernooi) tegen Premier League-club Portsmouth met 0-0 gelijkgespeeld, waardoor er in Bristol een replay moest plaatsvinden! Aan mijn participatie (”COME ON YOU REEE-EEEDS”) heeft het niet gelegen, maar helaas was dit de laatste wedstrijd voor City: we verloren 2-0..
Eén van de meest ingrijpende dingen van het Erasmus-leven is natuurlijk toch wel het een tijd niet zien van je vriend/vriendin. Ondanks dat je natuurlijk per e-mail en telefonisch contact kunt houden, legt dit natuurlijk wel druk op je relatie. Wat de vraag oproept: hoe goed zijn die dingen daar nou in de praktijk tegen bestand?
Nou, om maar bij mezelf te beginnen: ik had toen ik wegging iets meer dan een jaar met mijn vriendin, en dat is inmiddels een week geleden uit gegaan. Toen ik dat tegen een Erasmus-vriend zei, was zijn reactie: “Oh nee! Jij was mijn laatste hoop van een relatie die misschien Erasmus zou doorstaan..”
Dat is natuurlijk een beetje overdreven. De vriend had twee gemeenschappelijke studiegenoten niet meegenomen, omdat het idee dat er iets met hun relatie zou gebeuren, moeilijk voor te stellen was. Een ander Erasmus-meisje, net als ik 23, is inmiddels al getrouwd en ook niet erg actief in het roddelcircuit. En de vriend zelf zit hier in Bristol samen met zijn vriendin, en veel minder klef zijn ze er de afgelopen maanden niet op worden.
Daarentegen vertelde een Duitser me dat hij vlak voordat hij naar Bristol vertrok, zijn relatie maar had beëindigd: hij had sowieso al wat twijfels en wilde die twijfels niet mee naar Erasmus nemen. Van een Franse jongen had zijn vriendin het uitgemaakt, wellicht na enigszins flexibel gedrag hier van zijn kant. En zo zijn er mee voorbeelden.
Waarschijnlijk is dat een beetje het ding: mensen die voor de lol op Erasmus-uitwisseling gaan, zijn of single of nemen het over het algemeen niet zo erg nauw met het concept “relatie” (of omgekeerd, mensen die hun relatie wél serieus nemen gaan niet echt op Erasmus-uitwisseling). Maar mensen die op uitwisseling gaan vanwege het goede onderwijs hier (zoals mijn twee studiegenoten, of een Informaticus wiens vriendin al twee weekenden op bezoek is geweest), hebben niet echt problemen om dat zo te houden.
Een wel grappige feature in het Erasmus-roddelcircuit van de afgelopen dagen is een Duitse jongen die nu sinds een week aanrommelt met een Italiaans meisje. Dit tot grote teleurstelling van een ander meisje dat een eerder projectje van hem was: op het feestje van afgelopen zaterdag “moest ze nodig naar huis toe” toen hij samen met haar voorbij liep, maar dat had natuurlijk “niets met hem te maken”.
Iets verrassender is het feit dat de Beierse macho-kerel kennelijk nog steeds een soort van relatie heeft met het in de eerste weken nogal “flexibele” Italiaanse meisje dat amper Engels spreekt: op het uitgaan van deze relatie heb ik al een aantal weddenschappen verloren…
Al met al doet het allemaal behoorlijk denken aan het ook wel vrij levendige roddelcircuit bij Cleopatra, mijn studentenvereniging in Groningen
In Engeland is Facebook (voor degenen die het niet kennen: het is een soort beter werkend, mooier ontworpen Hyves) een must-have om je sociale leven bij te houden. Als je op een gemiddelde middag een willekeurige practicumzaal van de Uni inloopt, is het blauwe Facebook-venster zeker op een derde van alle computerschermen te zien.
Feestjes worden via Facebook uitgenodigd, waarop iedereen aangeeft of ie al dan niet van plan is om te komen, en de dag na een feestje verschijnen steevast een aantal foto-albums waarop je kunt zien wat je ook alweer gedaan hebt, of wat je gemist hebt als je er niet was.
Een voorbeeld van het representatieve beeld van het Erasmus-studentenleven, van Facebook vandaag:
Volgende keer: alle lezingen en debatten waar ik heen ben geweest..
Het laatste nieuws van Bristol University:
Gisteren werd een e-mail rondgestuurd naar alle wiskundestudenten, met als tekst “What do us students really want to change?”. Aanleiding was een kennelijk nogal negatief evaluatierapport over mijn opleiding:
The feedback you gave on The National Student Survey said that the student satisfaction in the maths department is relatively low, both compared to other departments at Bristol and other universities.
Terwijl een recent onderzoek Bristol University de 32ste universiteit van de wereld noemt (de RUG komt volgens hetzelfde onderzoek op nummer 144), zijn wiskundestudenten kennelijk niet erg tevreden met hun onderwijs. Dit terwijl Bristol University op het gebied van wiskunde de 9de universiteit van het Verenigd Koninkrijk is (in het algemeen volgens het eerder genoemde onderzoek de 8ste).
Waarschijnlijk schuilt dit verschil erin dat bij wiskunde in Bristol wel veel goede onderzoekers werken, maar dat het onderwijs hier een beetje bij achterblijft. Met een gebouw dat geen kantine of eigen bibliotheek heeft, alleen een altijd oververhitte practicumzaal, kan ik me ook wel voorstellen dat bij de studenten een gevoel om echt betrokken te zijn bij de studie, een beetje ontbreekt.

De Epigram, de Bristolse UK-variant
In ander uni-nieuws: de Bristolse variant van de UK, de Epigram, besteedt deze week veel aandacht aan een voor Groningen bekend fenomeen: ontgroeningen. Dit naar aanleiding van een incident waarbij op een universiteit in het naburige Gloucestershire filmpjes kwamen bovendrijven van een ontgroening met “concentratiekamp-thema”:
The footage, shown on BBC News, shows a group of first-year students being paraded through the streets with plastic bags over their heads, then being lined up and forced to drink alcohol by an older student dressed in Nazi-style uniform, many of them vomiting in the street for several minutes.
De beelden zijn gemakkelijk op Youtube te vinden, maar lijken mij toch eerder enigszins aandoenlijk dan echt schokkend. Maar kennelijk zijn het in Bristol vooral sportverenigingen die ontgroeningen houden, en leidt dit in Bristol zelf niet echt tot excessen. Uiteraard staat er in de Epigram dan ook een opinierend artikel met de genuanceerde strekking: we moeten niet ontgroening bestrijden, maar de excessen van ontgroening.
Ook andere kwesties in de Epigram zijn herkenbaar. Natuurlijk zijn er te hoge collegegelden — er is becijferd dat als je een studieschild hebt van 37.000 pond door een letterenstudie, je er later maar 35.000 pond van zult terugverdienen door meer salaris.
Ook vrij geestig is een artikel over studentenflats waar de opzichter de condooms uit de introductiepakketen haalde, omdat dit “ongepast zou zijn”. Uit het artikel:
Hiatt Baker Hall included condoms in their packs and Badock Hall gave them out when parents left. Other halls decided to leave them behind the reception desk where students would have to ask for them.
[...]
The halls that chose to remove condoms did however provided bibles in every room.
Misschien dat uit wat ik over Bristol schrijf, een beeld ontstaat dat het Erasmus-leven een continue aaneenschakeling is van excellent onderwijs en geweldige feesten.
Alhoewel ik zelf niet wil klagen, zijn er natuurlijk wel andere mensen die vervelende dingen meemaken, en die heb ik voor uw leedvermaak verzameld
Of, laat ik dan zelf toch over iets klagen: het contact met locals. De veelgeprezen “culturele uitwisseling” met andere Erasmus-studenten gaat wel z’n gangetje, maar socializen met Engelsen is toch lastiger dan je denkt.
Ik was in m’n eentje naar een social event van de windsurfvereniging gegaan, en had daar wel wat met Engelsen gepraat, maar zelfs als Engelsen opmerken dat je goed Engels praat, houd je toch altijd een beetje het gevoel dat praten met een buitenlander voor hun meer curiositeitswaarde heeft dan iets anders. Een studiegenoot vertelde dat hij vooral de ervaring had dat als je mensen ontmoet en vertelt dat je maar voor 3 maanden blijft, dat ze dan al snel interesse verliezen. Een vriendin van mij in Glasgow had wel wat locals-ervaringen, zo begreep ik, waaronder één met een dronken Schot die haar zomaar probeerde te zoenen. Dus.
Ook tijdens wiskundecolleges wordt er niet echt gesocialized: de gemiddeld 10 man die op een college afkomen, verspreiden zich vooral zo gelijkmatig mogelijk over de hele collegezaal, meestal zonder een woord met elkaar te wisselen. Maar goed, het blijven dan ook wiskundigen
Anyway.
Twee van mijn huisgenotes hadden wél iets enigszins schokkends beleefd: ze waren naar een disco gegaan, en waren rond een uur of 12 naar de WC gegaan. Het cliché dat Britse meisjes dik en schaars gekleed zijn is vrij waar, en op de WC waren ze een kennelijk vrij typisch exemplaar tegengekomen.
Nadat ze haar misschien vluchtig hadden aangekeken, werd mevrouw boos en begon mijn huisgenotes vrij agressief aan te vallen. Ze vluchtten de dansvloer op, maar toen het meisje mijn huisgenotes bij de garderobe weer tegenkwam, ging ze hun achterna en sloeg ze mijn huisgenoot op het voorhoofd voordat ze een taxi in konden vluchten.
Ook uit de categorie uitgaansanekdotes was een vriendin van mijn huisgenote die ook Erasmus doet in Engeland. Ze woont met 2 andere meisjes in bij een huisbaas, en deze stelde op een avond voor om een biertje te doen in de pub. Het volgende dat ze zich na het arriveren in de pub kan herinneren, is dat ze wakker wordt naast haar 40-jarige huisbaas in bed..
Zij en haar huisbaas hebben vervolgens geen woord meer over het incident gewisseld. Het typische aan het verhaal verder was dat mijn huisgenoot het vertelde als een “geestige anekdote”, terwijl ik het toch eerder schokkend vond. Navraag leerde dat het meisje kennelijk wel vaker dingen deed die ze zich niet meer herinnerde. Nou ja.
Ook een erg opvallend iets hier is het grote aantal ambulances. Of het komt doordat alle verkeer in Bristol nou eenmaal door de grote straat tussen het centrum en de universiteit heen moet, of dat er iets anders aan de hand is, weet ik niet. Maar opvallend is het wel: elke dag hoor of zie je wel een aantal ambulances rondcrossen. Wat als je eigenlijk net ietsjes te hard aan het fietsen bent, best een onprettig gevoel geeft.
Nog een paar woorden over het leven van fietsers in Bristol. Ik heb mijn prachtig mooie roze/rode fiets nog steeds, maar mijn huisgenoot had minder geluk: na een week was zijn band lek, en nog een paar dagen nadat zijn fiets terug was van de reparatie, werd deze tijdens het uitgaan gejat.
Aangezien fietsen vanaf hier naar de universiteit een fikse klim is waardoor je gegarandeerd bezweet aankomt, twijfelt hij nog over het kopen van een nieuwe. Via-via hebben we inmiddels vernomen dat ergens in onze buurt een man een tuin heeft vol met gestolen fietsen, te koop voor slechts 30 pond. Junks die je toefluisteren “Bike? 5 quid!” ben ik dan weer niet tegengekomen nog
Zoals ik al eerder opmerkte is fietsen hier wel wat gevaarlijker dan in Nederland. Op weg naar mijn huis zijn er bijvoorbeeld twee grote driebaansrotondes waar je gewoon tussen auto’s door moeten fietsen. Daar staat tegenover dat je vanuit het centrum wel lekker snel over een voorrgangsweg naar beneden kunt crossen..
Hoe gevaarlijk het verkeer is, werd mij pijnlijk duidelijk toen op een plek waar ik elke dag langskom als ik van de stad kom, een dodelijk ongeval plaatsvond met een motorfiets. Wat er precies gebeurd is weet ik niet, maar het is een vrij drukke plek waar iedereen die met de fiets of lopend uit zuidwest-Bristol naar het centrum wil, langskomt. De bloemen die op de plek van het ongeval zijn geplaatst, geven best een ongemakkelijk gevoel..
Vorige week begonnen, na twee weken vakantie, dan eindelijk de colleges!
De algemene consensus onder Erasmus-studenten op Facebook en op het feestje van het weekend: de colleges zijn goed te volgen, maar de opzet is nogal schools: veel mensen moeten in de eerste week gelijk al huiswerk inleveren.
Een bezoekje aan de Erasmus-coordinator van wiskunde leverde de mededeling op dat wij Erasmus-studenten zelf maar moeten zien welke vakken we doen of welke colleges we volgen; dit in tegenstelling tot de Engelse studenten die elke periode voor precies 30 ECTS aan vakken moeten kiezen, en deze keuze door een handtekening moeten laten bevestigen.
Ik heb ervoor gekozen om drie vakken te volgen, elk 10 ECTS waard. Opvallend is dat alle colleges hier slechts 50 minuten duren, en voor elk vak heb ik 3 colleges, wat betekent dat ik op maandag en vrijdag om 9 uur voor één uur moet komen opdagen, en daarna ’s middags tot 5 uur nog twee colleges heb. Vrij verschillend allemaal van de twee college-dagen die ik vorig jaar gewend was..
Vak nummer 1 is “Galois Theory” (maandag, woensdag en vrijdag 9:00), gegeven door een echt type nonchalante Brit. Tijdens het eerste college merkte hij, toen hij geen antwoord kreeg op zijn vraag, op: “You don’t give a toss, do you?”. Vak nummer 2, “Representation Theory”, wordt ook door een Brit gegeven. Beide vakken zijn qua opbouw wel vergelijkbaar met vakken in Groningen. Qua niveau denk ik wel dat ze eerder in het derde jaar zouden worden gegeven dan in het vierde jaar, zoals hier.
Anders is Axiomatic Set Theory, gegeven door een enigszins excentrieke Rus. Nadat hij ons allemaal aanspoorde om op rijen 1 en 2 te zitten en hij zijn eigen stoel gezellig dichtbij had gezet, schreef hij één woord op het bord: “Enjoy”. Nadat hij voorts had uitgelegd dat Bristol de enige universiteit ter wereld is waar dit fascinerende vak wordt gegeven, en iemand had aangewezen om minstens 5 vragen te stellen, begon het college. Ook tijdens het college bleef hij ons aansporen om vooral met hem mee te denken.
Gelukkig blijken Britse studenten minstens zo apathisch als Nederlandse, zodat zijn gewenste wisselwerking tussen de studenten en docent uitbleef. Toch heeft een college van hem iets van een conference: je weet dat hij vroeg of laat mensen in het publiek gaat aanspreken, die vervolgens met hun mond vol tanden staan… Vandaag krijg ik het eerste huiswerk, benieuwd hoe dat er uit ziet.
Afgelopen week was de introductieweek voor alle eerstejaars, de Freshers Week.
Eerstejaars studenten worden in Bristol, zoals ik al schreef, in grote studentenhuizen (inclusief catering) ondergebracht. Maandag en dinsdag waren er twee “Freshers Parties”, onderverdeeld per huis. Mensen die niet in een studentenhuis wonen mochten dinsdag ook komen, maar uit angst voor puisterige, hormonale 18-jarigen bleven mijn Erasmus-matties liever thuis. Met als hoofdact de afterparty-DJ van Oasis zou het toch 1 grote drukke dansavond zijn volgens de ambassadeurs, niet echt de moeite waard.
Dan maar drankspelletjes dus. De 24-uurs ASDA (die overigens, merkte ik in de praktijk, zondagavond niet open is) verkoopt huismerk-cider voor £1,17 per 2 liter, en dit begint steeds meer de drank naar keuze te worden voor feestjes en partijen.

Culturele uitwisseling in de praktijk
Een heel aardig spelletje dat ik nog niet kende, en waar de Deense meisjes mee kwamen, is het volgende: iedereen heeft zijn eigen signaal, zoals het aanraken van de neus of het krabben achter je oor. Iedereen slaat twee keer met zijn handen op tafel, en degene die aan de beurt is, maakt zijn signaal. Iedereen slaat weer twee keer met zijn handen op tafel, en de persoon maakt het signaal van iemand anders. Diegene is nu aan de beurt, etcetera. Erg vermakelijk.
Hoe dan ook.
De donderdag en vrijdag van de introweek stonden in het teken van de “Freshers Fair”. Het studentenleven in Bristol is gecentreerd rondom de “Students Union”, een soort overkoepelende studievereniging. De Union heeft een hoop “societies”, die elk een eigen activiteit hebben en waar je apart lid van kunt worden. Het 6 verdiepingen tellende betonnen monster van een gebouw van de Union was tijdens de Fair compleet gevuld met standjes van allerlei soorten societies, en hordes eerstejaars die deze standjes wilden bezoeken.
Societies varieren van sportverenigingen (zoals voetbal, golf en rugby), tot muziekverenigingen (een a-capellacoor, big band etcetera), tot eten (societies voor kaas, wijn, “real ale” en een bijzonder populaire chocolade-society), tot cultuur (toneelspelen, toneel opbouwen, arthouse-films), tot regio’s (een hindu, Duitse, Schotse, Japanse, Poolse, maar geen Nederlandse society). Bij de meeste societies kun je je e-mailadres droppen zodat je kunt langskomen om te zien hoe het is; de meeste ’socials’ worden in de weken erna gepland.

The Bristol University Barbershop Singers — een Bathroom Scenario-equivalent?
Societies waar ik mijn e-mailadres aan heb gegegeven:
Benieuwd wat er allemaal van komt..
Grappig was nog wel dat op de vrijdag van de Freshers Fair het brandalarm afging. Aangezien het gebouw vrij afgeladen was met studeten was het evacueren een flinke onderneming. En uiteraard begon het net toen iedereen buiten was, voor het eerst op de dag hard te regenen. Ook dat is Engeland…
Regen verstoort Freshers’ Fair
Aangezien de colleges pas in oktober beginnen en het house search event al half september was afgelopen, stonden de twee weken erna vooral in het teken van de regelmatige Erasmus-feestjes, en van het regelen van praktische zaken.
Welnu, het regelen van praktische zaken in Engeland is eigenlijk verdomde simpel. Waar mijn collega-blogger Otto in Roemenië naar ik begrijp nog steeds moeite heeft om uit te vinden of zijn vakken überhaupt in het Engels worden gegeven, hebben wij hier elke dag van half 10 tot 4 een “International Welcome Lounge” waar naast gratis koffie, thee en koekjes een leger van een stuk of 6 Engelse studenten klaar staat om ons te helpen met zelfs de meest rudimentaire zaken.
Durf je zelf niet een huisbaas te bellen om een afspraak voor een bezichtiging te maken? Geen probleem, de “ambassadeurs” zoals ze heten plegen graag het telefoontje voor je. Een bankrekening openen? Er hangt een plattegrond met alle verschillende banken en de ambassadeurs schrijven een aanbevelingsbrief voor je: je hoeft alleen naar de bank te gaan en de brief te laten zien, en de bankrekening wordt voor je geopend.
Een Engels telefoonnummer? In je welkomstpakket zit naast een overzichtelijke poster met alle intro-activiteiten voor buitenlandse studenten en een overweldigende hoeveelheid foldertjes over uiteenlopende thema’s als sportvoorzieningen en inboedelverzekeringen ook een sim-kaart: stop hem in je telefoon en je hebt een Engelse prepaid, geen kunst aan.
Vorige week werd een volgens de ambassadeurs zeer aan te bevelen presentatie “Academic Skills for International Students” gehouden, die eruit bleek te bestaan dat men ons even op het hart wilde drukken dat wetenschappelijk onderzoek in Bristol er toch echt uit bestaat dat je verschillende literatuur met elkaar vergelijkt en deze vervolgens vanuit je eigen invalshoek gebruikt. Ik weet niet hoeveel mensen geschokt waren door deze wijsheid, maar in mijn directe omgeving heb ik er nog geen kunnen vinden.
OK, ik zal toegeven dat ik ook door de ambassadeurs een telefoontje heb laten plegen. Ik wilde voor ons huis een internetverbinding regelen, en aangezien onze huisbaas Chris natuurlijk geen flauw idee had hoe de vorige bewoners dit hadden geregeld, probeerde ik British Telefom te bellen, maar het bleek toch vrij lastig om ze deze informatie te ontfrutselen, vooral omdat de callcentermedewerker met wie ik het genoegen had, een vrij sterk en moeilijk te ontcijferen Schots accent had.
Maar dat was dan ook het enige: ik heb helemaal zélf naar BT gebeld om een telefoonabonnement af te sluiten. Het telefoontje duurde wel 10 minuten omdat ze elke vraag aan mij moesten herhalen omdat ik deze niet verstond, maar ik vermoed dat het allemaal gelukt is. Hopelijk heb ik nog deze week internet in mijn eigen huis. Als Chris ook nog daadwerkelijk komt opdagen om mijn laminaat te leggen, denk ik dat er vrij weinig meer misgaan hier
Erasmus voor dummies: de International Welcome Lounge
Met het huurcontract voor mijn huis in de pocket was een fiets het eerste waar ik achteraan ging. Veel studenten die tot zeg een half uur van de uni wonen doen alles hier lopend, maar met mijn 40 minuten is een fiets toch wel onontbeerlijk – of een buskaart à 50 pond per maand.
Gelukkig had studiegenoot Sven het adres van de lokale Emmäus, en ik ging er met Sven en huisgenoot Florian heen. Ze hadden één bruikbare fiets voor 55 pond, en aangezien ik de doortastendheid én de creditcard had, was ik van ons 3 degene die de fiets meenam.
Of je Bristol geschikt voor de fiets wilt noemen, hangt nogal af van je referentiepunt. Bristol zelf is er nogal trots op dat het “Engelands eerste officiele fietsstad” is, hetgeen Bristol “het voornaamste nationale en internationale voorbeeld maakt van het bevorderen van fietsen als een veilig, gezond en practisch alternatief voor de auto”. Ook de Erasmus-begeleiders bevolen de fiets als vervoermiddel aan.
Dit in schril contrast tot de in Bristol werkende Nederlander Chris, en professor Waalkens die in Groningen werkt en net over de grens in Duitsland woont: beiden vonden fietsen in Bristol behoorlijk tegenvallen. Het is in mijn ervaring waar dat sommige wegen speciale fietsstroken en fietsvlakken voor stoplichten hebben, maar je moet wel veel meer opletten voor auto’s dan in Nederland. Ik heb zelfs speciaal een helm en fietslichten gekocht, beide hulpmiddelen die ik in Groningen nooit nodig gehad meen te hebben.
Bovendien maken de hoogteverschillen in Bristol fietsen tot een nogal vermoeiende ervaring. Van mijn huis tot aan het centrum is het allemaal wel goed te doen, maar de weg die van het centrum naar de universiteit loopt, Park Street Road, gaat vrij steil omhoog, en zelfs in de lichtste versnelling kom je altijd bezweet boven aan. Toch lukt het om in en kwartier van mijn huis naar de Students Union bij het universiteitsterrein te gaan: een stuk sneller dan met de bus, die bovendien maar eens in de 20 minuten gaat.
Wel wees het gebruik van de fiets in mijn buurt me hard op mijn kennelijk nogal gebrekkige richtingsgevoel. Afgelopen zaterdag probeerde ik de ASDA (de lokale 24-uur-open-Walmart-variant) te bereiken met alleen een vaag idee waar deze was en het idee dat ik hem moeilijk kan missen – niet zo raar gezien het feit dat de ASDA vrij enorm is. Uiteindelijk kwam ik een Lidl tegen die dubbel zo ver was als de ASDA. Nadat ik daar maar boodschappen had gedaan, probeerde ik terug naar huis te komen. Natuurlijk kwam ik op de terugweg wél de ASDA tegen – tweemaal. Uiteindelijk deed ik drie kwartier over een trip die maximaal 20 minuten had hoeven duren.
Het hoogteverschil, overigens, uit zich in wat kennelijk de hoofdattractie van Bristol is: de “Clifton suspension bridge”, een grote hangbrug die misschien honderd meter boven de rivier Avon tussen de rotsen hangt. Inderdaad: waar andere steden misschien een grandioze kathedraal of een prachtig plein hebben, is de trots van Bristol… een brug. Professor Waalkens had al gezegd dat deze brug de trots was van Bristol, en bovendien kwam de brug ook terug in de pub quiz tijdens het house search event. In de bus vroeg ik aan een vrouw de weg terwijl we langs de afslag naar de suspension bridge reden. Toen ik zijdelings opmerkte dat dit dus kennelijk de trots van Bristol is, merkte ze met een enigszins besmuikt gezicht op: “Hmm, ja, eigenlijk is het inderdaad de trots van Bristol”. Maar eerlijk is eerlijk: de brug heeft allemaal verlichting aan de zijkant en ’s avonds ziet dat er best mooi uit. Ik moet er nog heen fietsen, later volgen vast foto’s.