Loading....
Recent Article links:

Archive for September, 2008

Erasmus voor dummies

Aangezien de colleges pas in oktober beginnen en het house search event al half september was afgelopen, stonden de twee weken erna vooral in het teken van de regelmatige Erasmus-feestjes, en van het regelen van praktische zaken.

Welnu, het regelen van praktische zaken in Engeland is eigenlijk verdomde simpel. Waar mijn collega-blogger Otto in Roemenië naar ik begrijp nog steeds moeite heeft om uit te vinden of zijn vakken überhaupt in het Engels worden gegeven, hebben wij hier elke dag van half 10 tot 4 een “International Welcome Lounge” waar naast gratis koffie, thee en koekjes een leger van een stuk of 6 Engelse studenten klaar staat om ons te helpen met zelfs de meest rudimentaire zaken.

Durf je zelf niet een huisbaas te bellen om een afspraak voor een bezichtiging te maken? Geen probleem, de “ambassadeurs” zoals ze heten plegen graag het telefoontje voor je. Een bankrekening openen? Er hangt een plattegrond met alle verschillende banken en de ambassadeurs schrijven een aanbevelingsbrief voor je: je hoeft alleen naar de bank te gaan en de brief te laten zien, en de bankrekening wordt voor je geopend.

Een Engels telefoonnummer? In je welkomstpakket zit naast een overzichtelijke poster met alle intro-activiteiten voor buitenlandse studenten en een overweldigende hoeveelheid foldertjes over uiteenlopende thema’s als sportvoorzieningen en inboedelverzekeringen ook een sim-kaart: stop hem in je telefoon en je hebt een Engelse prepaid, geen kunst aan.

Vorige week werd een volgens de ambassadeurs zeer aan te bevelen presentatie “Academic Skills for International Students” gehouden, die eruit bleek te bestaan dat men ons even op het hart wilde drukken dat wetenschappelijk onderzoek in Bristol er toch echt uit bestaat dat je verschillende literatuur met elkaar vergelijkt en deze vervolgens vanuit je eigen invalshoek gebruikt. Ik weet niet hoeveel mensen geschokt waren door deze wijsheid, maar in mijn directe omgeving heb ik er nog geen kunnen vinden.

OK, ik zal toegeven dat ik ook door de ambassadeurs een telefoontje heb laten plegen. Ik wilde voor ons huis een internetverbinding regelen, en aangezien onze huisbaas Chris natuurlijk geen flauw idee had hoe de vorige bewoners dit hadden geregeld, probeerde ik British Telefom te bellen, maar het bleek toch vrij lastig om ze deze informatie te ontfrutselen, vooral omdat de callcentermedewerker met wie ik het genoegen had, een vrij sterk en moeilijk te ontcijferen Schots accent had.

Maar dat was dan ook het enige: ik heb helemaal zélf naar BT gebeld om een telefoonabonnement af te sluiten. Het telefoontje duurde wel 10 minuten omdat ze elke vraag aan mij moesten herhalen omdat ik deze niet verstond, maar ik vermoed dat het allemaal gelukt is. Hopelijk heb ik nog deze week internet in mijn eigen huis. Als Chris ook nog daadwerkelijk komt opdagen om mijn laminaat te leggen, denk ik dat er vrij weinig meer misgaan hier :)

Erasmus voor dummies: de International Welcome Lounge

Fiets!

Met het huurcontract voor mijn huis in de pocket was een fiets het eerste waar ik achteraan ging. Veel studenten die tot zeg een half uur van de uni wonen doen alles hier lopend, maar met mijn 40 minuten is een fiets toch wel onontbeerlijk – of een buskaart à 50 pond per maand.

Gelukkig had studiegenoot Sven het adres van de lokale Emmäus, en ik ging er met Sven en huisgenoot Florian heen. Ze hadden één bruikbare fiets voor 55 pond, en aangezien ik de doortastendheid én de creditcard had, was ik van ons 3 degene die de fiets meenam.

Of je Bristol geschikt voor de fiets wilt noemen, hangt nogal af van je referentiepunt. Bristol zelf is er nogal trots op dat het “Engelands eerste officiele fietsstad” is, hetgeen Bristol “het voornaamste nationale en internationale voorbeeld maakt van het bevorderen van fietsen als een veilig, gezond en practisch alternatief voor de auto”. Ook de Erasmus-begeleiders bevolen de fiets als vervoermiddel aan.

Dit in schril contrast tot de in Bristol werkende Nederlander Chris, en professor Waalkens die in Groningen werkt en net over de grens in Duitsland woont: beiden vonden fietsen in Bristol behoorlijk tegenvallen. Het is in mijn ervaring waar dat sommige wegen speciale fietsstroken en fietsvlakken voor stoplichten hebben, maar je moet wel veel meer opletten voor auto’s dan in Nederland. Ik heb zelfs speciaal een helm en fietslichten gekocht, beide hulpmiddelen die ik in Groningen nooit nodig gehad meen te hebben.

Bovendien maken de hoogteverschillen in Bristol fietsen tot een nogal vermoeiende ervaring. Van mijn huis tot aan het centrum is het allemaal wel goed te doen, maar de weg die van het centrum naar de universiteit loopt, Park Street Road, gaat vrij steil omhoog, en zelfs in de lichtste versnelling kom je altijd bezweet boven aan. Toch lukt het om in en kwartier van mijn huis naar de Students Union bij het universiteitsterrein te gaan: een stuk sneller dan met de bus, die bovendien maar eens in de 20 minuten gaat.

Wel wees het gebruik van de fiets in mijn buurt me hard op mijn kennelijk nogal gebrekkige richtingsgevoel. Afgelopen zaterdag probeerde ik de ASDA (de lokale 24-uur-open-Walmart-variant) te bereiken met alleen een vaag idee waar deze was en het idee dat ik hem moeilijk kan missen – niet zo raar gezien het feit dat de ASDA vrij enorm is. Uiteindelijk kwam ik een Lidl tegen die dubbel zo ver was als de ASDA. Nadat ik daar maar boodschappen had gedaan, probeerde ik terug naar huis te komen. Natuurlijk kwam ik op de terugweg wél de ASDA tegen – tweemaal. Uiteindelijk deed ik drie kwartier over een trip die maximaal 20 minuten had hoeven duren.

Het hoogteverschil, overigens, uit zich in wat kennelijk de hoofdattractie van Bristol is: de “Clifton suspension bridge”, een grote hangbrug die misschien honderd meter boven de rivier Avon tussen de rotsen hangt. Inderdaad: waar andere steden misschien een grandioze kathedraal of een prachtig plein hebben, is de trots van Bristol… een brug. Professor Waalkens had al gezegd dat deze brug de trots was van Bristol, en bovendien kwam de brug ook terug in de pub quiz tijdens het house search event. In de bus vroeg ik aan een vrouw de weg terwijl we langs de afslag naar de suspension bridge reden. Toen ik zijdelings opmerkte dat dit dus kennelijk de trots van Bristol is, merkte ze met een enigszins besmuikt gezicht op: “Hmm, ja, eigenlijk is het inderdaad de trots van Bristol”. Maar eerlijk is eerlijk: de brug heeft allemaal verlichting aan de zijkant en ’s avonds ziet dat er best mooi uit. Ik moet er nog heen fietsen, later volgen vast foto’s.

Verdere ontmoetingen

Op de zondag na het house search event sprak ik nog af met Chris, de jongen die ik in het vliegtuig ontmoette. Hij bleek al vanaf mei in Bristol te zitten, en hij bleek vrij cynisch over de Engelse mentaliteit: hem viel vooral de verwaarlozing van wegen en gebouwen op. Hij werkt zelf als onderzoeker in een ziekenhuis, en ook in het ziekenhuis had hij een indruk van een mentaliteit om dingen te verwaarlozen, en je vooral zo gemakkelijk mogelijk van je eigen taken af te maken.

Alhoewel ik natuurlijk zelf nog maar een twee weken in Bristol zit, denk ik dat het er maar net van afhangt wie je ontmoet. Er zijn zeker mensen die er niet echt een punt in zien om je te helpen als je in gebroken Engels om de weg vraagt. Ook kent Bristol in de vorm van St. Paul een soort van achterbuurt waar je ’s avonds kennelijk beter niet kunt komen (ik ben er zelf nog niet geweest, maar iedereen spreekt vol ontzag over deze kennelijk werkelijk angstaanjagende wijk).

Maar er zijn ook hele aardige, behulpzame mensen die het alleen maar interessant vinden als je uit het buitenland komt. Vaak willen je ze ook nog wel vertellen dat ze in Amsterdam zijn geweest maar nog nooit van Groningen hebben gehoord, en desgevraagd willen ze het beeld van Engelsen als alcoholisten graag bevestigen. Zoals gezegd hangen overal posters met telefoonnummers die je kunt bellen als je problemen hebt met je alcohol-, drugs- of sociale problemen – maar of dat het beeld van de Engelsen als behulpzaam volk bevestigt of dat deze organisaties uit gebrek voor een ander sociaal vangnet zijn opgericht, kan ik niet echt zeggen.

Ook wel grappig overigens is een vrij alomvertegenwoordigde postercampagne met als boodschap “Denk je nu echt dat bedelaars je geld aan eten besteden? Wist u dat het meeste geld dat aan bedelaars wordt gegeven, aan drugs wordt besteed?”. Wat dit zegt over Engeland weet ik ook niet, maar in ieder geval ben ik nog geen zwervers tegengekomen. Wel veel fietsenrekken waar allemaal kettingsloten aanzaten, wat suggereert dat de bijbehorende fietsen helaas verdwenen zijn.

Mijn tweede echte gesprek met een native was op een feestje van Erasmix (de organisatie van Erasmus-studenten): de huisgenoot van de organisator van het Erasmix-feestje bleek een heuse sociaal-conservatief die kennelijk naar het feestje gekomen was met als hoofddoel om tenminste één domme persoon van het continent uit te leggen dat de oorlog in Irak toch eigenlijk écht wel een goed idee was, en dat hij maar wat graag naar Irak zou willen gaan om daar kinderen Engels te leren. Machtig interessant.

Na twee weken, en nu kansen om met verdere natives te mixen zoals college en sportclubs nog niet begonnen zijn, hebben de Erasmus-gangers zich echt tot een soort van kliekje ontwikkeld. Zo ongeveer elke dag is er wel een Erasmus-feest of een Erasmus-baravond, en er is een harde kern die vaak komt opdagen. Ook is iedereen iedereens vriend op Facebook, en worden er driftig feestfoto’s uitgewisseld.

Er zijn zelfs roddels: Britta en Clemens, twee blonde Denen, waren op het feestje van vrijdag al verdacht close, en na het feestje van zondag zijn ze zelfs zoenend gesignaleerd in de Mbargo. Zelfs ik zorgde voor commotie door op het feestje van zondag in mijn “Gay in St. Tropez” t-shirt te verschijnen. Ondanks het feit dat ik al had verteld dat ik een vriendin heb, kwam een huisgenoot naar me toe met de mededeling dat men zich aan het afvragen was of ik nou ‘het’ was? Toen ik haar verzekerde van niet zei ze met een enigszins beteurderd gezicht dat het natuurlijk ook prima was als ik ‘het’ wel was, en dat ik het helemaal zelf moest weten. Dus. En ook escalateur Luka heeft een meisje uit Frankrijk versierd, waarmee hij hand in hand wordt gesignaleerd.

Meeting people is easy (2)

Een paar willekeurige belevenisjes sinds het house search event.

Aangezien ik pas woensdag kon intrekken en vrijdag uit Churchill Hall werd gezet, besloot ik per bus naar Londen te gaan. Ik vertrok met Nadia richting het centrum, en kwam bij de bushalte een man tegen: de eerste native met wie ik een daadwerkelijk gesprek had!

Natuurlijk over het weer: het zonnetje kwam net door, wat de man ertoe bracht om te vertellen over hoe dramatisch de zomer wel niet was geweest: alleen maar regen en wolken. Ook de buschauffeurs (kennelijk zijn er nogal veel import-Polen die de stad nauwelijks kennen) en muziek bleken dankbare general interest-onderwerpen, en hij vertelde enthausiast over alle reggae-barren die Bristol rijk was.

Deze barren waren, overigens net als de reggae-muziek in het algemeen, stuk voor stuk “wicked”, kennelijk zijn algemene positieve woordje. Andere positieve woorden die door natives worden gebezigd: “massive” (door een Jamaicaanse taxichauffeur in iedere zin gebruikt) en “awesome” (wat bij één Erasmus-begeleider als gematigd positief moest worden opgevat). Dit in sterk contrast tot de gemiddelde Erasmus-student, die vaak niet verder komt dan “nice” – zoals ik met mede-Erasmusser Lars observeerde toen we op een trip alle bezienswaardigheden bij gebrek aan vocabulaire zo bestempelden.

Hoe dan ook: je kunt de 150 mijl van Bristol naar Londen voor een pond of 8 in 3 uur met de bus afleggen. Vermoeid van alle stress zette ik “Funeral” van de Arcade Fire op maximaal, wat zorgde voor een heerlijk ontspannende trip. Aangekomen in Londen voelde ik me in de drukte (zeker vergeleken met Bristol) nogal plompverloren en bovendien vermoeid, waardoor ik nogal vroeg ging slapen. De middag erna een bezoekje gebracht aan Tate Modern, een geweldig(, gratis!) museum voor moderne kunst, en de bus terug gepakt naar Bristol.

Want er moest gefeest worden: Luka, die door zijn 3/3 dagen dronken-score op het house search event al als de escalateur extraordinaire van Erasmus te boek stond, gaf in zijn nieuwe huis een Erasmus-feest. De culturele uitwisseling waar Erasmus toch om bekend staat, werd bereikt door het spelen van juffen (kennelijk een universeel drankspel). Lucile vertelde me over dé 3 grootste feesten wereldwijd en legde me en passant nog een Frans drankspel uit, en inmiddels weet ik van alles over de verschillende systemen van studiefinanciering van Portugal tot Duitsland tot Denemarken.

Een kamer!

Op de woensdag van het house search event was ik met Britta en Maline (twee Deense meisjes), Lucile en Nadia, wezen kijken bij een huis in Ashton. De locatie is op een half uur lopen van het centrum, en 40 minuten van de uni, niet perfect, maar de kamers zijn vrij groot, de staat van halve vervallenheid geeft een gezellige sfeer die me doet denken aan mijn huis in de Tuinbouwstraat in Groningen, en ik hoef slechts 250 pond (excl.) te betalen.

Ikzelf en de twee Deense meisjes besluiten het huis te nemen; Lucile en Nadia lijken ook enthausiast maar twijfelen nog. We spreken met Chris, de huisbaas, af dat we donderdag komen voor het contract. Op woensdagavond haken Lucile en Nadia af. Op donderdagochtend om 9 uur bellen we voor een afspraak, maar krijgen de mededeling dat Chris in een meeting zit en écht zal terugbellen. Telefoontjes om 10 en 11 uur geven hetzelfde resultaat, waardoor we beginnen te vermoeden dat we én te weinig mensen hebben, én dat de huisbaas wellicht al andere mensen gevonden heeft. Na de stress van dinsdag en woensdag is dat niet precies de situatie die we gewild hadden..

Gelukkig belt Chris na een paar uur dan toch terug, en we slepen iedereen die nog steeds op zoek is naar een kamer in 3 volle taxi’s mee naar Ashton om te kijken. Gelukkig doet Linda, een Duits meisje, ook mee, zodat we het huis tenminste kunnen nemen. We spreken af om die avond het contract te tekenen. Op de valreep doet Florian, een Duitse jongen, ook mee, zodat we een deal hebben.

We willen Chris van dit heugelijke feit op de hoogte brengen, maar alweer heeft Chris moeite om zijn telefoon op te nemen. Tegen etenstijd krijgen we eindelijk contact met Chris, die de middag kennelijk al golfende met een collega heeft besteed, en nu in de pub een paar biertjes aan het doen is: of het contract ook morgen kan? Aangezien de twee Deense meisjes de dag erna terug naar Denemarken vliegen is dat niet echt een optie, en terwijl wij al aan het bier zitten bij de afterparty in Mbargo, komt meneer eindelijk in Bristol aankakken.

En bovendien: zonder contract. Hij had mij een voorbeeld gegeven, en ging er vanuit dat ik die wel mee zou hebben. Gelukkig wil hij mij wel met zijn auto naar Churchill Hall brengen om de papieren op te halen.

En niet zo maar een auto: zijn auto blijkt een zwarte sportauto, type Aston Martin DB12! Zittend in de auto blijkt Chris eigenlijk een vrij geschikte kerel: hij vertelt enthausiast over de Top Gear-aflevering met zijn auto er in, en over geschikte plekken in Bristol om uit te gaan.

Eenmaal terug krijgen we dus de grappige situatie we pal voor Mbargo, in een van de drukkere uitgaansstraten van Bristol, terwijl zowel wij als Chris al een paar biertjes op hebben, op straat het contract moeten tekenen, en in totaal voor circa £1200 aan borg moeten overleggen (Chris weet het totale bedrag niet, dus we rekenen het hem op een kladpapiertje voor.)

Alhoewel er nog een paar werkzaamheden aan het huis moeten plaatsvinden, trekken we de woensdag erna in. Ik heb twee kamers: een kleine slaapkamer met een bed en een kast, en een wat grotere woonkamer met een bureau, een bank en twee zitstoelen (alles Ikea).

Inmiddels een week later moet het laminaat in mijn woonkamer, de badkamer en een andere slaapkamer nog worden gelegd, werkt de deurbel nog niet, hebben we voor 5 personen welgeteld 2 huissleutels, en hebben we nog geen telefoon en internet. Nog steeds is Chris er slechts in vrij zeldzame gevallen toe te brengen om zijn telefoon op te nemen of voicemail te beantwoorden, maar er zit toch duidelijk langzamerhand schot in, afgelopen vrijdag arriveerde – een dag eerder dan in Nederland – mijn Economist, en al met al is het bijzonder prettig om een “thuis” te hebben.

16-18 september: House Search Event

In tegenstelling tot veel andere universiteiten, regelt de Universiteit van Bristol geen huisvesting voor Erasmus-studenten. Wel organiseren ze een “house search event”, waarin je 3 dagen lang wordt geassisteerd met het vinden van een kamer.

Het house search event vond plaats in Churchill Hall. Dit is een van de grote studentenflats waar niet-uitwisselingsstudenten voor het eerste jaar van hun studie gedumpt worden. Het zijn nogal kleine kamertjes met een 1-persoonsbed, tafeltje en muurkasten.

Wel grappig is dat overal in de gangen van het gebouw posters hangen: “Als je je depressief voelt, bel dan dit nummer.”, “Heb je last van SOA’s, bel dat nummer”, “Verslaafd aan drugs? Kom naar onze bijeenkomsten”, etcetera. Alhoewel de gebouwen van Churchill Hall erg mooi zijn in een mooie omgeving met veel gras, kun je als je de kamers ziet ook wel begrijpen dat eerstejaars studenten die hulp wellicht nodig hebben…

Bij ontvangst werden we met, uiteraard, thee en koekjes werden ontvangen. Toen ik aankwam waren er al een stuk of 20 mensen, en wat vooral opvallend was: behalve de verdwaalde Portugees of Franse was iedereen Duits! Ook in de volledige groep half-jaar-Erasmusstudenten bleek verhouding ongeveer zo. Bij de mensen die een heel jaar bleven bleek de verhouding anders: hier waren het hoofdzakelijk de Fransen en Italianen die de dienst uitmaakten. Ik heb één Nederlandse ontmoet, grappig genoeg ook uit Groningen.

Waar ik me had voorgesteld dat het house search event een soort van beurs zou zijn met misschien standjes van allerlei aanbieders van huisvesting, bleek de opzet heel anders. Op de eerste middag kregen we eerst een presentatie over dingen waarop je moet letten bij het zoeken naar een kamer. Daarna kregen we een lijst uitgedeeld met een aantal potentiele aanbieders van woonruimte voor de korte termijn. De bedoeling was dat twee dagen erna het gebouw van de Students Union (een soort overkoepelende studentenvereniging waar iedereen automatisch lid van is) open zou zijn, en mensen vanuit daar afspraken konden maken om bij huizen te gaan kijken.

Natuurlijk werkte het niet zo. De presentatie was klaar om 4 uur ’s middags, en om 6 uur zou er avondeten zijn, maar meteen vormden zich groepjes van mensen die samen hectisch nummers van huisbazen aan het bellen waren, en e-mails aan het sturen.

Er zijn, zo was ons als uitgelegd, een aantal wijken in Bristol waar je als student graag wilt wonen. De universiteit bevindt zich vlakbij het centrum, en alle wijken die dichtbij het centrum en de universiteit liggen, zijn natuurlijk populair. Dit zijn wijken als Clifton, Hotwells en Cotham. Gemiddelde prijzen voor een kamer liggen vanaf ongeveer 250 pond per maand voor wijken verder buiten het centrum zoals Bedminister, tot gemiddeld misschien 350 pond per maand voor deze goede wijken.

Behalve dat de prijzen hoger liggen dan in Groningen, is een ander duidelijk verschil dat het verhuren van huizen (althans voor zover ik kan overzien) vooral via huisbazen gaat, en niet zoals in Nederland via hospiteeravonden e.d. Ook zijn kamers vaak al gemeubileerd, en gaan huurcontracten eigenlijk altijd per 6 of 12 maanden, nooit voor onbepaalde tijd. Aangezien huisbazen in Engeland nogal een reputatie hebben voor het inhouden van de borg, is er sinds vorig jaar een “deposit protection scheme”: huisbazen zijn wettelijk verplicht om hun borg onder beheer van een onafhankelijke organisatie te plaatsen, die in het geval van onenigheid beslist.

Wel is er net zoals in Nederland een breed scala qua grootte van kamers, mate van onderhoud, en prijzen voor ongeveer hetzelfde soort kamer. Het feit dat er zo laat in het seizoen nog best een groot aanbod van kamers was, is weer verschillend.

Natuurlijk kregen de eigenaars van de huizen die onder de genoemde gemiddeldes kwamen, in de twee uur na de presentatie van zo ongeveer iedereen een telefoontje. Ikzelf maakte een afspraak voor een kamer in Bishopston om half 4 de volgende dag, maar ik kwam er achter dat tenminste 5 andere mensen daar ook heen gingen, en op weg erheen kwam ik nog twee mensen tegen die net gekeken hadden.

Ook probeerde ik een woning voor tenminste 3 personen te vinden samen met Nadia, een Russisch maar in Duitsland studerend meisje dat ik ontmoette in de bus naar Churchill Hall, en Lucille uit Frankrijk. Het feit dat we allemaal maar 4 maanden bleven, terwijl de gebruikelijke minimumtermijn voor huur in Engeland 6 maanden is, bleek een groot probleem, en toen ook nog de batterij van én mijn telefoon én mijn laptop op gingen waardoor ik niet echt meer communicabel was, ging ik maar met Nadia de stad in om een stekkeromzetter te kopen, en hield ik de zoektocht voor de eerste dag voor gezien: ik zou zien wat er de dag erna überhaupt nog vrij was.

De twee dagen erna waren een wilde aaneenschakelijk van rennen door de stad om die iets te strak geplande afspraak toch te halen, taxi’s naar verder afgelegen huizen, en vaak teleurstellende telefoongesprekken. Je zou het kunnen omschrijven als Erasmus-ontgroening: je zit met een man of 40 in hetzelfde stressvolle schuitje, en kunt mooi tegen elkaar klagen over hoe slecht dat ene huis wel niet was, en hoe moeilijk te bereiken die andere huisbaas.

Gelukkig waren er in de avond de gezamelijke diners en daarna “social events” om de andere Erasmus-studenten te leren kennen. Op de eerste avond was er een pub quiz, en ik kan toch wel zeggen mede door mijn herkenning van de foto’s van David Cameron en Andy Murray, en mijn kennis van de laatste Engelse winaars van het Eurovisie Songfestivals (dit, dames en heren, zijn uiteraard Katrina and the Waves), wonnen we een tweede plaats bestaande uit vrijkaartjes voor The Watershed, de arthouse-bioscoop van Bristol!


Escalatie Facilitatie: de Boat Race

Luca: escalateur extraordinaire

De verliezers wachtte een ander lot: zij werden uitgenodigd om tegen de begeleiders een zogenaamde “boat race” te houden, de Engelse naam voor een bierestafette: in een rij drank adten en het flesje op de kop op het hoofd houden. Opvallend was de moeite om uit de verliezers een team te formeren: je zou zeggen dat mensen die op Erasmus gaan in Engeland toch geen moeite zouden moeten hebben met drinken (ik althans kan me nog levendig herinneren hoe de Volkskrant in een special over studeren in het buitenland Engeland bestempelde als het land voor alcoholisten..).

Alle stress bleek de meeste Erasmusgangers überhaupt nogal te hebben vermoeid, zodat we om 11 uur toen de bar van Churchill Hall sloot, nog maar met 8 man over waren om “één biertje” in de stad te gaan drinken.

Waar na woensdag volgens mij welgeteld twee mensen iets hadden gevonden, had opvallend genoeg na een lange donderdag ongeveer iedereen wel íets op het oog (waaronder ik – waarover later meer). En dat betekende natuurlijk tijd voor een afterparty, in club “Mbargo”, waar iedereen die zijn Erasmusschap met een kortingsbon of een slecht Engels accent kon bewijzen, een pint Fosters kreeg voor £1,50.

Al met al is het House Search Event een nogal stressvolle onderneming, maar het heeft duidelijke voordelen: je leert je mede-Erasmsgenoten goed kennen, en ditzelfde geldt, door het rondgeloop en -getaxi, ook voor de stad. En uiteindelijk is er in Bristol zoals gezegd genoeg aanbod, zodat er voor iedereen wel wat te vinden is.

Een eervolle vermelding als uitzondering op dit laatste vormde trouwens wel João uit Portugal. Op donderdag had hij voor £250 all-in een kamer in het centrum gevonden. Dit klonk te mooi om waar te zijn, en dat bleek het ook: een dag later bleek de kamer al bezet. Een paar dagen later had hij gelukkig wat gevonden, maar ook dit bleek niet door te gaan: bij nader inzien wilde de persoon in de kamer toch nog een jaar blijven. Anderhalve week later had zelfs João iets gevonden, en zo kreeg het house search event voor iedereen een happy end.

Maandag 15 september: meeting people is easy

Vandaag het vliegtuig gepakt: een Easyjet rechtstreeks van Amsterdam naar Bristol. Toen we net in het vliegtuig zaten, kwam er de mededeling dat de hele voorste helft van het vliegtuig moest worden gecontroleerd omdat iemand onverwacht het vliegtuig had verlaten. Onwillekeurig toch een beetje bang dat er wat gaat gebeuren..

Toen dit hele securitygebeuren plaatsvond keken de jongen naast me en ik elkaar een beetje onwillekeurig aan, maar verlegen als ik nou eenmaal ben, sprak ik hem maar niet aan. Later kwam ik hem voor me in de rij bij de security nog een keer tegen, maar ik durfde nog steeds niet.

Toen we elkaar bij de bushalte richting het centrum nóg een keer tegen kwamen, kon het niet langer zo en sprak hij me uiteindelijk aan. Hij bleek een Nederlander te zijn die medisch onderzoek deed in Bristol. Omdat mijn bus ging had ik niet echt tijd meer om met hem te praten, maar ik kreeg wel zijn nummer, mocht ik problemen hebben.

In de bus besloot ik: wil dit gebeuren een succes worden, dan zal ik toch tenminste met mensen die in niet ken, durven te praten… ’s Avonds ging ik wat eten en vroeg slapen, maar de volgende ochtend deed zich gelukkig een gelegenheid voor.

Er zou namelijk die ochtend een huizenbeurs beginnen (waarover later meer) en een kerel bij mij op de kamer ging op hetzelfde tijdstip als ik weg, dus ik vroeg hem of hij ook toevallig naar de huizenbeurs ging. Dat was dan niet het geval, maar tijdens het ontbijt nog wel een interessant gesprek met hem gehad. Hij bleek een mechanicus te zijn bij Airbus, die vlakbij Bristol een lab hebben. Toevallig was hij net twee dagen ervoor aangekomen om woonruimte te vinden (net als ik), en hij vertelde me over Gumtree en Easyroommate, websites waar vooral professionals woonruimte aanbieden. Goed om te horen dat het zo snel kan lukken.

Volgende aflevering: de huizenbeurs, Engelse drankgewoontes en hoe alles toch nog goedkwam..


Home away from home: Groningse act Noisia hangt overal in de stad als headliner van een clubavond

Hoe ik in Bristol verzeild raakte

Om maar bij het begin te beginnen: hoe kwam ik in Bristol terecht? Het is nogal een lang verhaal omdat er nogal wat geregel bij kwam kijken, maar hopelijk hebben mensen die ook een verblijf in het buitenland hebben, er iets aan.

Ik studeer wiskunde, en begin februari begon ik een beetje rond te vragen op de faculteit, waar ik terecht kon. Ik had altijd al een beetje half het idee om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan om te studeren. Het is natuurlijk lekker makkelijk omdat je geen nieuwe taal hoeft te leren, maar ik wilde ook graag naar de UK: qua muziek, cultuur (eigenlijk vooral de BBC), sport (eigenlijk vooral snooker), en pub-cultuur leek het me een erg leuk land om heen te gaan.

Mijn studie heeft contacten met een aantal universiteiten in de UK, maar twee ervan richten zich vooral op technische wiskunde (een compleet andere richting dan de mijne), en bij de derde moest je perse een heel jaar terecht.

Omdat professor Waalkens van Wiskunde een aantal jaar in Bristol aan de universiteit van Bristol had gewerkt, probeerden we eerst via hem een Erasmus-contract te regelen. Helaas kreeg hij bericht terug uit Bristol dat dit niet kon, omdat ze in Bristol eigenlijk meer Erasmus-overeenkomsten hadden dan hun Engelse studenten zelf gebruikten, en ze er eigenlijk niet nóg een wilden.

Professor Waalkens vertelde me later dat het universiteitssysteem in Engeland een stukje schoolser is dan hier: mensen moeten hun vakken in principe allemaal op volgorde in één keer halen, en dat maakt het moeilijker om voor een half jaartje weg te gaan.

Enigszins ten einde raad na het bericht terug uit Bristol belde ik met het International Office van de RUG of zij misschien nog hints hadden. Je kunt je namelijk als buitenlandse student gewoon voor een half jaar of jaar aan een universiteit in Engeland aanmelden, alleen moet je dan het collegegeld à 4000 pond voor een half jaar betalen, en ik had het vage idee dat daar misschien een geldschieter voor te vinden zou zijn.

Dat laatste was niet het geval, maar nu wilde het toeval dat de mevrouw die ik aan de telefoon had, iemand van het International Office in Bristol persoonlijk kende, en dus ging ze proberen om via haar iets te regelen.

Vervolgens hoorde ik hier een hele tijd niets van terug. Wel hoorde ik van Otto (die van het UK-blog uit Roemenië) dat er een of andere faculteitsbrede deadlien zou zijn voor Erasmus-uitwisselingen, en dat die deadline eigenlijk gelijk de dag erna was. Uiteindelijk ben ik maar naar het faculteitsbureau gegaan met de mededeling dat ik wel echt van plan was om weg te gaan, dus dat ze mij maar moesten noteren. Ik denk dat ze dat gedaan hebben — al heb ik tot nu toe nog niets gehoord van de beurs die ik zou moeten krijgen..

Uiteindelijk na een paar weken en een paar telefoontjes (ongeruste van mij naar het International Office en herinneringen van het International Office naar Bristol) kwam er bericht terug dat we wel wat gegevens konden opsturen waar ze naar zouden kijken.

Om indruk op Bristol te maken heb ik dus maar een mooie motivatiebrief geschreven. Gelukkig was meneer Waalkens het wel eens met een paar suggesties die ik graag in zijn begeleidende brief wilde hebben, dus uiteindelijk ging er een mooi pakket richting Bristol waar een beeld van mij als een soort gemotiveerde, enthausiaste super-student uit naar voren kwam, en gelukkig kregen we een positief antwoord terug.

Alhoewel ik al veel langer plannen had, was het eerste contact met Bristol pas in begin maart, dus ik was wel enigszins aan de late kant om alles te regelen. Hierdoor kreeg ik pas tijdens mijn vakantie begin augustus te horen dat alles definitief door zou gaan…

Al met al dus: regel je Erasmus alsjeblieft op tijd. En met wat hulp valt er best wat te regelen..

Paper on game of 30s

Finally, almost 6 months after last working on this, I wrote a paper summarizing my research on the game of thirties. Abstract:

Abstract

In this article, we discuss the game of 30s, a fairly simple game commonly played as a drinking game. We discuss the rules, various goals one may have in the game, and the results of a calculation of the optimal strategies to achieve these goals.

First, the rules of the game are introduced, and some strategies and goals one may have in the game are discussed. Next, a calculation for the so-called second stage of the game is executed, and an implementation for the simulator of the first stage is discussed. Next, we show how to use its output, and analyze some of its results. Finally, we claim that by some formal definition, the game can be called a ‘game of chance’.

All relevant files can be found here:

Note that the earier handout and blog posts contained a (I now think) erroneous calculation of the expected value of the second stage of the game. Happy reading!