De kerstvakantie is voor Engelse studenten vier weken lang, en ik was de eerste daarvan met een aantal andere uitwisselingsstudenten een weekje naar Londen geweest. Daarna een weekje Nederland voor de kerstdagen, en oudjaar in Engeland (wat, zoals ik al zei, niet zoveel bijzonders was).
Na de kerstvakantie waren er dan nog maar twee weken over voordat het semester voorbij was, en mijn huur afliep. De eerste week verliep vrij normaal: het was leuk om iedereen weer terug te zien, en er moest nog gewerkt worden voor de laatste huiswerkopgaven. Gedurende de laatste week ga je je echter steeds meer realiseren dat je leventje hier er toch bijna op zit.

Nou, dit is dus het mooiste uitzicht van Bristol
Zelfs het laatste pak schuursponsjes of de nijpende kwestie of dat restje afwasmiddel voor de resterende twee dagen genoeg zal zijn, zijn al aanleidingen om aan het afscheid te denken. Het feit dat iedereen praat over wie wanneer weggaat en hoe raar dat toch eigenlijk wel niet is, maakt dit nog erger.
Maar eerst was er nog de afronding van de studie. Aangezien de tentames voor mijn vakken pas in april en mei waren, moest ik zelf iets met de professoren regelen. Bij de twee gemakkelijste van mijn drie vakken sloot ik een deal dat ik een cijfer zou krijgen op basis van mijn huiswerk.
Bij het derde vak ging dat helaas niet zo gemakkelijk. De professor voor Axiomatic Set Theory, een vrij pittig vak, gaf het voor het eerst, en toen ik met hem over de afronding van het vak wilde praten, had hij net het tentamen opgesteld. Dit hield in dat hij het hele college geestdriftig zat te vertellen over dat ie wel een paar leuke strikvraagjes had bedacht, en dat onderwerp zus en zo zeker terug zou komen.
Er was dan ook geen mogelijk om er onderuit te komen: ik moest (een aangepaste versie van) het tentamen maken voordat ik terugging. We spraken met Rebecca, de vrouw die in haar eentje het hele administratieve gedelte voor undergraduates regelt, af dat ik de dag voor mijn vlucht terug om 2 uur bij haar kamer zou langskomen, zodat zij mij het tentamen kon laten maken.
Maar. Toen ik daar aankwam, vermeldde een papiertje doodleuk dat ze de hele middag weg was: of bezoekers wel even om 4 uur of morgenochtend konden terugkomen. In de ijdele hoop dat ze in een vergadering was maar voor mij wel even zou terugkomen, bleef ik – vrij gestresst – bij haar kamer wachten, tot ik kennelijk medelijden opwekte en een erg aardige meneer mij hielp in te breken in haar kamer voor de tentamenopgaven, en een ruimte regelde voor het maken van het tentamen.
En zo kwam alles voor dat vak (hopelijk) goed. Voor de andere vakken heb ik alleen een mondelinge overeenkomst dat ik inderdaad op basis van het huiswerk een cijfer kan krijgen. De ervaring met e-mails naar de twee professoren is sowieso dat ze niet antwoorden. Als je ze er vervolgens naar vraagt, blijken ze de mail wel gelezen te hebben, maar het helaas te druk te hebben gehad om te antwoorden.Maar het feit dat het hele examinatiegebeuren ze maar matig interesseert, betekent ook hopelijk dat als ik er in maart nogeens achteraan bel, dat ze vast geen moeite hebben om te zeggen: “Oh ja, dat was ik vergeten, maar geef die jongen maar een 8..”
Sowieso is het vrij duidelijk wanneer je niet zo hoog op een Engels prioriteitenlijstje staat: sinds het tekenen van ons huurcontract heeft onze huisbaas één keer zijn telefoon opgenomen toen ik belde, en dat was om te zeggen dat ie later terug zou bellen (wat niet gebeurde). Maar toen ik een voicemail insprak over een hoge energierekening die we nog moesten betalen, belde hij wél binnen 5 minuten terug..
Maar afgezien daarvan (en zelfs dat was al niet zo erg), moet ik zeggen dat het Engelse volk mij erg bevalt. Mensen, vooral wat oudere mensen, zijn vaak erg sympathiek, en ik ben echt een groot fan van de Britse pubcultuur: dikke meisjes in kleine jurkjes en mannen die zich als botte horken gedragen: dat maakt mensen kijken pas écht interessant.

Fancy dress pub crawl
En natuurlijk de fancy dress-cultuur: in iedere grote kroeg is wel een groepje vrouwen van 35 te vinden, die zich als politie-agentes hebben gekleed, of studenten die met een pub crawl in het thema “bananenrepubliek” bezig zijn. En verder: Britten kunnen zich erg over dingen opwinden, maar ze zéuren in mijn ervaring tenminste niet zoals Nederlanders, en hebben veel meer een gezonde neiging tot zelfspot.
Maar goed, ik zal toegeven dat mijn ervaring met Engelsen beperkt is: ik heb de bekende neiging om vooral met mede-Erasmusstudenten om te gaan niet kunnen weerstaan. Het zijn dan ook vaak aardige mensen: de reden dat ze open staan voor andere culturen en dergelijke is natuurlijk (naast het feesten) ook precies waarom ze naar het buitenland gingen.

Duitsers nemen afscheid van Erasmus
Al met al, dan, kan ik een Erasmusuitwisseling, en in het bijzonder naar Engeland, van harte aanbevelen. Voor mijzelf was de ervaring dat je op een willekeurige plek veel nieuwe mensen kunt ontmoeten, en een prettig leven kunt opbouwen, zo vlak voor het onzekere leven na het afstuderen, in ieder geval erg prettig.
(Volgende aflevering: waarom je vantevoren flink moet sparen voor een Erasmus-uitwisseling naar Engeland..)